RINGMUSSEN IN DE WIJK
Wilt u het project van de Ringmussen steunen?
Dat kan via sponsoring, door een bedrag over te maken op rekeningnummer: NL20 INGB 0001 6736 86
van de Vogelwacht Delft en Omstreken, onder vermelding van 'Ringmussen'.
Hiermee kunnen o.a. extra nestkasten worden gekocht en onderhouden. De nestkasten zijn van een
bijzonder materiaal gemaakt (houtbeton) en zijn daardoor niet zelf niet maken.
VOORTGANG RINGMUSSEN IN DE WIJK 21 november 2025
Steuntje in de rug voor de Ringmus in Delft-Zuid.
Ringmussen staan op de Rode lijst onder de noemer 'Gevoelig'. De laatste bekende schatting aan de hand van tellingen komt neer op een Nederlandse broedpopulatie ergens tussen 25.000-38.000 (2018-2020) broedparen. In een Sovon-rapport uit 2023 staat over deze soort geschreven: 'Ten tijde van de eerste Nederlandse broedvogelatlas, midden jaren zeventig, waren dat er nog 500.000 – 750.000. De afname sinds 1975 bedraagt dus een duizelingwekkende 95%!' 'De soort laat serieuze verliezen zien en behoort tot de 20 sterkste dalers van ons land.'
Omdat ik in Delft-Zuid in eigen tuin toch nog weer Ringmussen zag, na afwezigheid van een jaar, besefte ik dat we op de valreep nog wel iets moeten proberen te betekenen voor de soort. Daarvoor heb ik onder andere een telling georganiseerd in de lente van 2025. Vooruitlopend daarop zijn er in het gebied door een aantal particulieren en de Vogelwacht 'Delft en Omstreken' ook al extra nestkasten opgehangen en is er door een werkgroep van het project 'Abtswoudsepark Buiten de Perken' een wintervoedselakkertje aangelegd met als doel Ringmussen in de winter te ondersteunen.
De tellingen
In geheel Tanthof West en een strook aan de oostkant van Abtswoude zijn vier tellers actief geweest met zoeken naar Ringmussen in het bewoonde deel van de wijk. Zelf ben ik één keer meegegaan en ik kan zeggen, dát was monnikenwerk, respect voor deze tellers. Ze hadden het geduld om in een verder vrij vogelarme omgeving te tellen. Er vonden vijf tellingen plaats (in één geval 3) in de ochtenduren. Ze werden uitgevoerd tussen 25 maart en 10 juni, tussen 15 april en 1 mei pas na tien uur in verband met verstoring bij de eileg van het vrouwtje. In de gehele periode zijn er geen Ringmussen waargenomen in die telgebieden, terwijl daar in het verleden wel Ringmussen hebben gebroed. Dat is erg teleurstellend te noemen, en hopelijk gaan daar toch weer broedgevallen opduiken, zodat ook die locaties versterkt kunnen worden met extra broedgelegenheid. Drie van de tellers heeft zichzelf ook nuttig gemaakt met het tellen van Huismussen in de wijk, die we door kunnen sluizen naar andere projecten. Daarnaast werden de waarnemingen van Ringmussen uit reguliere Vogelwacht Delft telgebieden beschikbaar gesteld.
Daar waar ik in 2021 bij toeval zelf ontdekt had dat er drie paartjes Ringmussen broedden deed ik ochtendwandelingen gedurende de hele periode. Dat was minimaal vijf keer per week. Gert van der Horn deed namens de Vogelwacht in totaal zeven Sovon-tellingen tussen eind maart en half juni. Beide hadden wij Ringmussen tijdens onze tellingen. Ons beider gegevens heb ik uitgewerkt in clusters op plattegrondjes over de hele periode, uitgesplitst op zingende en roepende vogels. Met daarbij de opmerking dat via de telling van Gert (in de Sovon-app) geen uitsplitsing was gemaakt in roepende en zingende vogels (beide Sovon-code 2). Omdat dat achteraf niet meer te achterhalen is heb ik zijn waarnemingen alleen als 'roepend' verwerkt. Toch biedt dat wel extra houvast om de clusters te helpen bepalen.
Het aantal vogels dat zich tegelijk liet zien terwijl er minimaal één vogel zong noem ik een zangcluster. De zangclusters die ik heb waargenomen heb ik uitgezet in een grafiek. De blokjes geven de groepsgrootte aan op plekken waar gezongen werd op die dag. Die grootte varieerde van één losse vogel tot vier exemplaren bijeen. Duidelijk was de toename van zang vanaf eind februari tot ver in maart. Daarna nam de zangactiviteit langzaam af.
Kijk op de tellingen
Zangplekken zijn niet altijd ook broedplekken. Ik merkte op dat daar waar gevoerd werd de vogels ook zongen. Dat zag ik op meerdere plekken, o.a. in mijn eigen tuin. Ze hebben in mijn nestkast wel een inspectie gedaan maar zijn daar niet gaan broeden. Dat geldt net zo voor de eerste twee zangclusters hieronder beschreven. Vaak werd er heen en weer gevlogen naar andere zangposten, zodat dubbeltellingen zeker voorkomen. Op zangplekken in bramenstruiken die verzamel-/baltsplaats bleken te zijn werd zeker niet gebroed.
Één zangcluster ligt dicht bij de broedplekken die ik als laatste had waargenomen in 2021. Helaas heb ik ze daar dit jaar in die nesten niet opnieuw kunnen vaststellen. Één van de nestbomen is in de tussentijd gekandelaberd. Pech voor de telling was daarbij ook dat er dit voorjaar op één van de broedlocaties geknot werd aan de wilgen langs het pad. De bewoners van die locatie hebben geen broedgeval van Ringmus in hun tuin vastgesteld, maar gaan nog wel een extra nestkast ophangen.
In een tweede cluster heb ik erg veel activiteit van Ringmussen waargenomen. Maar ze hebben hier zeker geen nest gehad. Daar hebben de bewoners erg goed op gelet aangezien daar ook een nieuwe nestkast geplaatst is. Hooguit kunnen ze in een knotwilg aan de buitenkant gebroed hebben, maar op die plek werd gevoerd en ook daar zongen vogels nog in maart en april. In een derde zangcluster werd met zekerheid gebroed omdat Gert van der Horn en ik die dag bij toeval samen opwandelden en een paartje in een nestruimte naar binnen zagen vliegen. Exacte nestlocaties worden in dit rapportje niet genoemd, om privacy voor bewoners en vogels te garanderen.
In een vierde cluster is er een vermoeden van één of meer broedparen, maar is geen duidelijke nestplek vastgesteld.
Bij het vijfde zangclustertje rond een groep wilgen werden verderop bij een boerderij ook zingende vogels gehoord. Dat zou hooguit om één broedpaar kunnen gaan. Navraag bij de bewoners heeft geen duidelijk broedgeval opgeleverd van Ringmussen. Volgend jaar mag ik er zelf gaan kijken.
Maximale aantallen
De baltsplaats is een braamstruik langs een slootkant. Het maximumaantal tegelijk waargenomen vogels op mijn – bijna dagelijkse – rondes in de broedtijd kwam op zeven vogels op die plek, zowel op 3 als op 6 maart.
Na de broedtijd – de eerste legpiek half april, tweede piek half mei, derde piek eind juni (zie Sovon rapport 2023) – telde ik op 24 juli een maximale groep van 18 ex. Dat was dus inclusief de jongen van dit jaar. Gemiddeld produceert een Nederlands ringmuspaar 6,4 jongen per jaar, een getal waar weinig verloop in lijkt te zitten (J. Nienhuis, Sovon rapport 2023). Met een gemiddelde van 6,4 jongen per jaar verwacht ik dat er dan ook niet meer dan 3 broedparen aanwezig zijn geweest in het getelde groengebied. Als alle jongen op die datum nog aanwezig waren in de groep, dan zou je met die drie broedparen, een groep van 6 (volwassen) + 19 (jongen) = 25 vogels verwacht hebben. Waarvan er mogelijk al een stel zijn gaan zwerven of reeds door predatie zijn omgekomen. We mogen onszelf niet rijk rekenen, en ik ben blij met alle broedparen die er op zeker nog zijn. Op 20 september trof ik nog een groep van 21 vogels aan, maar in die maand kunnen er zich makkelijker Ringmussen van elders bij hebben aangesloten.
Het effect op het aantal broedende Ringmussen van de extra opgehangen nestkasten zal na deze winter moeten blijken. Omdat het overleven van jonge aanwas ook afhankelijk is van een warme veilige slaapplek.
De extra nestkasten
In totaal zijn er deze lente tien extra nestkasten opgehangen in de omgeving van de laatst bekende broedlocatie. Drie kasten werden door bewoners zelf betaald, daar komen er deze winter nog drie bij van bewoners waar ik onlangs contact mee heb gelegd. Met een succesvolle sponsoractie via de Vogelwacht Delft konden zeven kasten worden bekostigd om op te hangen op openbaar terrein.
Van de zeven Vogelwacht-kasten zijn er drie door Pimpelmees en twee door Koolmees bezet geweest. Één bleef er leeg en een ander vertoonde sporen van vuile pootjes bij de ingang zonder te weten wie dat veroorzaakte. Bij de privékasten bleven er twee leeg en broedden er Koolmezen in de derde kast. Het gaf wel aan hoe krap de woningmarkt voor vogels is en wellicht geeft dat de Ringmus op een indirecte manier ruimte door in ongebruik geraakte nestplekken. Maar dat is speculeren. Tijdens de herfstbalts vormen jonge vogels van dit jaar nieuwe paartjes en zal het effect van de extra kasten pas volgend jaar goed duidelijk worden. In januari of februari horen de nesten weer schoongemaakt te worden met een plamuurmes zodat ze klaar zijn voor het nieuwe broedseizoen.
Het wintervoedselakkertje
Voor de aanleg van een wintervoedselakkertje kon ik aanhaken bij het project Buiten de Perken in het Abtswoudsepark. Door vrijwilligers werd een stukje grond van onkruid ontdaan. Vanwege de droogte was het moeilijk om te beslissen wanneer er gezaaid ging worden. Bij droog weer blijven de zaden liggen en worden mogelijk meteen opgegeten. Wanneer het gaat regenen moeten ze kunnen ontkiemen en doorgroeien, maar te veel regen levert een schimmelige boel op. Dat stukje werd uiteindelijk vlak voor de voorspelde regen ingezaaid met drie uitgekozen biologische zaadvormende planten die geschikt zijn voor mussen om te eten, maar vooral ook voor de grondsoort waarin ze gezaaid werden. Deze konden worden aangeschaft met geld dat via de sponsoractie van de Vogelwacht 'Delft en Omstreken' werd opgehaald. Het ging om Knoopkruid Centaurea jacea, Europese Hanenpoot Echinochloa crus-galli en Gewoon Timoteegras Phleum pratense. Waarbij Knoopkruid een overblijvende soort is. Door de aanhoudende droogte kwam er in eerste instantie weinig tot geen ontwikkeling. Vooral ganzevoetzaden die nog in de grond zaten groeiden krachtig uit en namen het akkertje over. Vanaf half juli stond dan warempel het Knoopkruid toch in bloei. Europese hanenpoot kwam alleen in een ander deel op en heeft daar blijkbaar samen met Knoopkruid ook in het zaaigoed gezeten. Het lijkt me verstandig nu het Knoopkruid aangeslagen is daar op door te borduren en de soorten die niet zijn opgekomen niet bij te zaaien omdat ze geen voeten in aarde meer krijgen. Dus dat we ons nu vooral richten op het handmatig verwijderen van al te overheersende soorten van het wintervoedselakkertje. Het zou mooi zijn als SBB komend jaar in hun gebied ook een plekje weet te reserveren en een akkertje aan kan leggen om daar de eenjarige planten, bijvoorbeeld Gewoon Timoteegras – Phleum pratense en Europese Hanenpoot – Echinochloa crus-galli (met indien nodig subsidie van derden) in te zaaien en als akkertje te beheren.
Samenvattend
Het is goed om te weten dát er nog Ringmussen broeden in het gebied, dat geeft hoop voor het voortbestaan van deze kleine populatie van hoogstwaarschijnlijk drie broedparen. De inzet en het enthousiasme van buurtgenoten en vogelliefhebbers maakt dat ze behoorlijk kansrijker zijn geworden in hun overleving. De toekomst zal moeten uitwijzen hoeveel groei er in de populatie mogelijk is. Dat laatste zal ook afhangen van andere populaties in de omgeving die van elkaar afhankelijk zijn voor inmenging van verse genen.
Woorden van dank
Heel veel dank aan de tellers: Divano Peters, Eric van Dam, Gert van der Horn, Jon Duifhuis, Martin Westerveld en Rik van der Maat. Alle mensen die middels de sponsoractie hebben bijgedragen aan nieuwe nestkasten voor de Vogelwacht 'Delft en Omstreken' om Ringmussen meer kans te bieden, hartelijk dank! Bij de Vogelwacht 'Delft en Omstreken' wil ik graag penningmeester Frans Buiter voor zijn extra administratie rond de sponsoractie en Hans Zweekhorst voor het ophangen van de nestkasten bedanken. Arend Timmerman, hartelijk dank voor het delen van al je kennis op het gebied van Ringmuskasten. Bij het project Buiten de Perken dank ik Mieke Jongejan en de vrijwillige garde voor het zaaiklaar maken en zaaien van het mussenakkertje. Verder dank ik alle buurtbewoners die zelf overgegaan zijn tot de aanschaf van een eigen nestkast, waardoor er nog veel meer broedgelegenheid is ontstaan voor Ringmussen of welke andere vogelsoort dan ook. En tenslotte dank ik eenieder – namens de vogeltjes – die ze een warm hart toedraagt.
Bron van de aantallen in Nederland:
Sovon: Broedvogels in Nederland in 2022 – Arjan Boele e.a.
VOORTGANG RINGMUSSEN IN DE WIJK 7 maart 2025
De eerste serie Ringmusnestkasten is opgehangen in de wijk!
(Zie voor achtergrondinformatie hieronder bij RINGMUSSEN IN DE WIJK 19 december 2024.)
Rond een locatie waar onlangs vijf zingende en baltsende Ringmussen zijn waargenomen, hebben we binnen een straal van 150 meter, afgelopen week een heel stel speciale nestkasten van houtbeton opgehangen. Dit soort kasten heeft een veel hogere bezettingsgraad dan houten kasten omdat ze in het vroege voorjaar warmer zijn.
Het is belangrijk dat er genoeg nestgelegenheid is, ook bij Ringmussen is er krapte op de woningmarkt. De onderlinge concurrentie en die met andere vogelsoorten die in holtes broeden is groot. Zo is deze actie voor àl die broedende vogelsoorten een voordeel. Nog een voordeel is dat vogels erin kunnen slapen als het buiten koud is, dat maakt hun overlevingskans groter dan wanneer ze dat buiten zouden moeten doen.
In een natuurlijk heringericht park in onze wijk hangen nu 4 kasten. Buurtbewoners die in die nog bestaande broedomgeving wonen hebben in hun tuinen nu bij elkaar 8 kasten hangen. Het totaal staat inmiddels dus op 12 nieuwe kasten!
Voor de zaden die ze nodig hebben, zijn er volgend jaar waarschijnlijk mogelijkheden om in te passen in het park. Denk aan bloemrijke randen voor vlinders met daartussen voedselplanten voor mussen met wat grotere zaden.
VOORTGANG RINGMUSSEN IN DE WIJK 16 februari 2025
Er is goed nieuws, eind januari is er een eerste bijeenkomst geweest van De Vogelwacht Delft en Omstreken en
Staatsbosbeheer Beheereenheid Hof van Delfland over de Ringmus.
(Zie voor achtergrondinformatie hieronder bij
RINGMUSSEN IN DE WIJK 19 december 2024.)
Het is hartverwarmend dat iedereen zo serieus meedenkt en -werkt om te proberen de positie van de Ringmus te versterken. We hebben gesproken over uitbreiding van het aantal nestkasten, zodat er meer slaap/broedgelegenheid is voor de vogels. Het gaat daarbij om houtbetonkasten die een veel hogere bezettingsgraad hebben dan houten kasten.
Ook wordt er op dit moment gezocht naar een locatie voor een voedselakker-randje dat met de juiste grassoorten kan worden ingezaaid voor mussen en door vrijwilligers kan worden beheerd.
Via Sovon heb ik contact gekregen met Arend Timmerman en Gerben de Vries die in Friesland jarenlang onderzoek hebben gedaan naar Ringmussen. We hebben een aantal belangrijke adviezen van ze gekregen over hoe en waar nestkasten op te hangen en wanneer schoon te maken. Daar zijn we ze dankbaar voor! De kasten kunnen het beste met de ingang op het oosten worden opgehangen om de kans op inregenen zo klein mogelijk te houden. In openbaar toegankelijke gebieden worden ze op 3 meter hoogte gehangen om vandalisme te voorkomen. Schoonmaken van de kasten gebeurt in januari/februari door ze met een plamuurmes uit te schrapen.
Om te inventariseren waar zich nog zingende Ringmussen of nesten bevinden heb ik al zes onderzoekers gevonden die zich daar het komende voorjaar mee bezig gaan houden! De locaties met Ringmussen willen we dan versterken door op die plekken rondom meerdere kasten op te hangen.
Er zijn ook al bewoners aan de rand van de wijk die graag mee willen werken door een geschikte kast in hun tuin op te hangen!
RINGMUSSEN IN DE WIJK 19 december 2024
Sinds 2014 woon ik in een buitenwijk van Delft waar in de tuin meteen al groepjes Ringmussen foerageerden. Mijn verbazing was groot omdat deze vogeltjes, variërend van enkelingen tot 25 exemplaren, in mijn tuin voorkwamen. Aan de randen van de Gemeente Delft werd, in die tijd al, de Ringmus nog zelden gezien. In mijn nieuwe wijk werden tot dan toe nooit grotere aantallen dan vier vogeltjes gemeld.
Ik besloot, omdat de Ringmus in Nederland hard achteruit gaat en voedselgebrek één van de oorzaken is, de soort eens flink te verwennen door ze jaarrond te voeren met de zaden van Pluimgierst (biologisch vanwege gif op veel vogelzaden, zie artikel onderaan). Ik had al snel door dat ze veel andere zaden van het mengsel dat ik voerde op de grond gooiden en deze bolletjes er tussenuit pikten om op te eten. In de winter hang ik soms een pindasilo op, dat vinden ze ook heerlijk.
Ze namen elk jaar hun jongen mee om ze in de tuin te voeren.
Verder maakte ik een kleine maar diepe vijver met daarin een plateau van stenen zodat vogels erin konden badderen en uit konden drinken. Voor mussen zorgde ik apart dat er steeds wel ergens een hoop vers zand lag om ook daarin te kunnen badderen.
Ook hing ik houten Koolmezenkasten op en maakte de openingen wat groter om te kijken of er Ringmussen gingen broeden. Er is in die 10 jaar wel gebaltst en wat met sprietjes naar één van de kasten gesleept maar tot een broedgeval heeft het helaas niet geleid.
Het foerageren ging al die jaren goed totdat er plotsklaps – na op vakantie te zijn geweest in augustus 2023 – geen Ringmus meer in de tuin te bekennen was. Die radiostilte bleef aanhouden totdat er ruim een jaar later in oktober 2024 weer twee vogels opdoken.
Het zijn prachtige maar ook gezellige vogeltjes en je gaat ze echt missen. Ik dacht regelmatig; ‘wat zou er aan de hand kunnen zijn’? Wat mist er? Dat probeerde ik uit te zoeken. Op internet is heel wat te vinden over factoren die van belang zijn in het leven van de Ringmus. En wat blijkt, zoals je hieronder kunt lezen, ze hebben het absoluut niet makkelijk!
Het zou geweldig zijn om een aantal van deze voorwaarden hier in de omgeving, waar ze nog minimaal voorkomen, te versterken. Dat wil ik op z’n minst proberen en mijn volgende stap zal dan ook zijn om instanties, die daartoe in staat zijn (zoals Staatsbosbeheer en de Vogelwacht Delft) hierin te betrekken. Gezamenlijk valt er waarschijnlijk een goed plan te maken, waarbij je dan ook kunt denken aan de hulp of medewerking van mensen uit de wijk om bijvoorbeeld nestkasten te plaatsen of een lapje grond met de juiste zaadvormende planten aan te leggen. Wanneer er nieuws is zal ik dat melden.
AFNAME VAN DE RINGMUS (Passer montanus)
Wereldwijd worden ze niet met uitsterven bedreigd, maar er zijn regelmatig grote dalingen geweest in de West-Europese populaties van Ringmussen, deels als gevolg van veranderingen in landbouwpraktijken en een verlies van winterstoppelvelden.
De sterke afname van het aantal Ringmussen is waarschijnlijk het gevolg van de intensivering en specialisatie van de landbouw, met name het toegenomen gebruik van herbiciden. Door de overgang van gemengde naar gespecialiseerde landbouw en het toegenomen gebruik van insecticiden is ook de beschikbare hoeveelheid ongewervelde prooien voor nestjongen verminderd. Tussen 1960 en 1980 vonden voor mussen de meeste nadelige ontwikkelingen plaats en daalde het aantal Ringmussen in ons land jaarlijks met 5%.
Verder eisen infectie door parasieten, ziekten en predatie door roofvogels hun tol. De gemiddelde levensduur van de Ringmus is ongeveer twee jaar, waardoor ze gemiddeld maar één jaar de tijd hebben om voor nageslacht te zorgen.
VOEDSEL
De zaden die Ringmussen eten zijn divers en meten tussen de twee en zeven millimeter. Voorbeelden van winterzaden die ze graag eten zijn: Europese Hanenpoot (Echinochloa crus-galli), Groene Naaldaar (Setaria viridis), Pluimgierst (Panicum miliaceum), Gewoon Varkensgras (Polygonum aviculare) en Melganzenvoet (Chenopodium album. 3) Deze plantensoorten zijn allemaal in de wijk aanwezig. Maar of dat genoeg is, kun je je afvragen. Er wordt veel gemaaid, gebladblaasd en gebrand.
Bij ons foerageren Ringmussen jaarrond in de tuin op de silo met Pluimgierstzaden, dus niet alleen als het vriest. Dat zou al een teken kunnen zijn van voedselgebrek.
Moerasgebieden spelen ook een cruciale rol doordat ze voorzien in voldoende diversiteit en beschikbaarheid van ongewervelde prooien om de jongen succesvol groot te brengen. Genoemd worden prooien zoals; insecten, pissebedden, duizendpoten, spinnen en hooiwagens. 1 Naast onze wijk is een smalle moerasstrook van 150 bij 500 meter aanwezig die daarin zou moeten kunnen voorzien
ZINGEN
In de buurt van ons huis zingt een Ringmus, dat is ongeveer zoals een Huismus; ze tjiplen net zo gezellig.
BALTSEN
Begin september nemen volwassen en jonge vogels deel aan de herfstbalts, wat hun broedkansen vergroot.
Ook in december werd er in mijn tuin nog gebaltst.
Nestplekken worden daarbij door die paren bezet. Later in september en begin oktober nemen er steeds meer geruide vogels deel aan de balts, de beste nesten zijn dan al bezet. Omdat die ook in de winter worden gebruikt om in te slapen, zit er voor de overige vogels niets anders op dan op slaapplaatsen te blijven roesten, ook als het vriest. Dat maakt de kans op overleving voor deze vogels een stuk kleiner. 4
Tot midden september brengt de helft van de groep de nacht nog door op de gezamenlijke slaapplaats. Eind oktober zoeken ze nestruimtes op voor de nacht. Begin november dooft de herfstbalts uit en vliegen de vogels in de ochtend meteen naar de foerageergebieden om daar een grote groep te vormen. 4
Wanneer de temperatuur in januari boven het vriespunt komt beginnen Ringmussen met de voorjaarsbalts. Baltsen kost tijd en energie en beneden deze temperatuur is de balans met de tijd die nodig is om voedsel te zoeken negatief. 4
In mei heb ik elders in Nederland nog sociale balts waargenomen van twee mannetjes voor één vrouwtje.
NESTKASTEN
Nestkasten gemaakt van een mengsel van hout en beton (houtbeton) hebben een veel hogere bezettingsgraad dan houten kasten (76,5% versus 33,5%) blijkt uit een Spaans onderzoek. Vogels die nestelden in houtbetonkasten hadden eerder een partner, een kortere incubatietijd en meer broedpogingen per seizoen. Het voortplantingssucces was hoger in houtbeton, misschien omdat de synthetische nesten 1,5 °C warmer waren dan hun houten tegenhangers. 5
Voor mij is deze wetenschap een reden om nu zo’n kast aan te schaffen en op te hangen. Ik hoop dat ik nog op tijd ben met deze aanpassing omdat het al december is.
BROEDEN
Wanneer de temperatuur in het voorjaar tussen de 8 en 10 °C is starten ze al met het afbouwen van het nest. Bij een temperatuur boven 10 ⁰C beginnen ze met het leggen van eieren. Afhankelijk van de temperatuur ergens tussen begin en eind maart. Het broeden gaat door tot half augustus, waarbij het mannetje alleen in de middag broedt. 4
Het nest van de Ringmus is gebouwd in een natuurlijke holte in knotwilgen of boomgaarden, een gat in een gebouw of het in onbruik geraakte nest van een Ekster of Ooievaar. Er wordt van alles aangesleept, droge grasstengels, dunne takjes, plantenwortels, reepjes boombast. Daarna bekleden ze het met dons, wol, mos, haar van vee of huisdieren. 1 Bij de laatste categorie is de kans groot dat daar giftige antivlooienmiddelen aan zitten.
Nabij een groepje huizen in de buurt heb ik drie nesten in natuurlijke holtes aangetroffen in een hoge Es en wat lagere boompjes, later zag ik daar geen Ringmussen meer bij.
Het plots verdwijnen van de Ringmus in mijn tuin zou theoretisch kunnen samenhangen met het ruimen van een 30 meter lange oude knotwilghaag bij een boerderij hemelsbreed op 300 meter bij mijn huis vandaan, in de periode rond mijn vakantie in augustus 2023. Maar zeker weten doe ik dat niet.
De legselgrootte bij de Ringmus is tussen 3 en 8 eieren, maar gemiddeld worden 5 eieren gelegd die samen 50% van het lichaamsgewicht van het vrouwtje bedragen. Wanneer er vroeg begonnen wordt met de leg wordt er meestal een tweede of een derde legsel geproduceerd. Eerste legsels zijn, zeker als ze vroeg beginnen, wat kleiner dan tweede legsels. Derde legsels komen bij twee derde van de populatie voor en zijn nog kleiner. 4
Gemiddeld legt een paartje 13.1 eieren in een seizoen, waarvan 8.7 jongen het nest verlaten. Tot aan het volgende broedseizoen overleeft maar 15 - 20 % van die jongen. Maar 3 - 6% overleeft ook het volgende jaar en 1 - 2% het daaropvolgende jaar. Gaandeweg de leg begint het broeden en regelmatig zijn er dan ook een paar jongen die wat later uit het ei komen. Ongeveer 78% van de eieren komt uit. 4
De eerste 10 dagen is de overlevingskans van de jongen stukken kleiner als het koud of regenachtig weer is. Het is voor de ouders dan niet mogelijk genoeg voer te verzamelen én de jongen warm te houden. De windrichting kan soms ook een rol spelen wanneer die rechtstreeks op de opening van de nestholte staat. Het verlies aan uitgekomen jongen kan dan oplopen naar tussen 15 - 20 %. 4
DISPERSIE
Na het verlaten van het nest blijven de jongen nog twee tot zes weken in de nabijheid van de kolonie. Later voegen ze zich samen tot grote zwermen in velden aan de rand van een dorp of plaats. Ongeveer 20 % van de jonge vogels migreert al in augustus naar andere groepen in de omgeving . De groepen slapen elk jaar op hetzelfde plekje. 4
Bij ons in de wijk is dat in Riet, Bamboe of dichte bosjes, in elk geval op plekken waar predatoren ze niet makkelijk te pakken krijgen. De meeste jonge Ringmussen sluiten zich aan bij andere zwermende jongen en komen later niet meer als broedvogels terug op hun geboorteplaats. 4
ZIEKTES EN GEVAREN
Mussen nemen regelmatig een water-, zand- of zonnebad om parasieten te verwijderen. Toch lukt dat niet altijd en raken ze alsnog geparasiteerd en spelen parasieten mogelijk ook een rol bij de achteruitgang van vogelsoorten. Samen met andere factoren kan dat werken als een optelsom. Waarschijnlijk zijn er meer oorzaken aan te wijzen, dus wie er nog een weet mag het zeggen!
- Bijvoorbeeld micro-parasieten (virussen en een deel van de bacteriën) kunnen vogels besmetten. Er zijn Salmonella infecties bekend. Ook de H5N1 variant van het pluimveegriepvirus is in China aangetoond in Ringmussen. 1
- Ook endo-parasieten (malaria-parasiet en lintwormen) kunnen in landen waar ze voorkomen vogels besmetten.
- Ectoparasieten, zoals schurft, luizen, mijten en teken waaronder de tekensoort Ixodes frontalis maken vogels ziek.
Van deze laatste tekensoort die in ons land voorkomt en in struiken en bamboe leeft, waarin zangvogels als Ringmussen
vaak in groepen overnachten, kunnen de adulte vrouwtjes gevaarlijk zijn. Ze kunnen vogels verlammen, wat kan leiden tot sterfte
door infestatie. Deze teek komt niet voor in nestkasten of holen, waar Ringmussen broeden, waardoor de jongen minder risico
lopen. 6
Ringmussen kunnen daar dan weer wel te maken krijgen met de adulte vrouwelijke Ixodes arboricola ('boomholte-teek'). Deze teek wordt waarschijnlijk in een nestkast of hol opgelopen tijdens het slapen. Als het hol opnieuw gebruikt wordt tijdens het broedseizoen, kunnen de jongen van deze teek zich voeden op nestjongen. Deze soort wordt niet als schadelijk beschouwd, zeker niet wanneer ze in lage aantallen aanwezig is. 6
Ringmus met teek 10 12 2024 Delft Van mijten van het geslacht Knemidocoptes is bekend dat ze populaties besmetten, wat resulteert in laesies op de benen en tenen. 1
- Predatie door Boomvalk in zomer, Sperwer in herfst – winter. 4
In mijn tuin vingen adulte mannetjes Sperwers ook Ringmussen. Daarnaast kwamen tussen augustus en maart ook vrouwtjes
en jongen een kansje wagen.
Adult mannetje Sperwer met Ringmus in de tuin 17 02 2022 Delft
Adult mannetje Sperwer met Ringmus in de tuin 04 12 2020 Delft - De reeds genoemde problemen door landbouwgif als herbiciden en pesticiden. 1 Ook bestrijdingsmiddelen tegen vlooien en teken via uitgevallen honden- en kattenhaar. Maar ook gif (onlangs tijdens een onderzoek gevonden) in goedkoop strooivoer voor vogels. 7
- Het tekort aan nestholten voor jongen uit tweede en derde legsels die daardoor buiten moeten slapen waardoor ze een flink
verlaagde overlevingskans hebben. 4
Ringmus in de sneeuw 10 12 2017 Delft Of zoals ik zelf constateerde een tekort aan nestholten met een goede invliegopening, zodat het verenkleed intact blijft.
Ringmus met slijtage op de borst 05 04 2022 Delft - De meeste ringterugmeldingen betroffen overigens doodgereden vogels op wegen. 4 Dit laatste zal in mijn rustige 30 km wijk niet zo’n vaart lopen.
BRONNEN
- Wikipedia: Eurasian tree sparrow
- Willem van Manen - Huismus en Ringmus in Nederland meer dan 40 jaar gevolgd - Limosa 93 (2020)
- Pierre Maréchal - De Huismus en Ringmus - Het Vogeljaar 52 (6)2004
- Jan Pinowski - Fecundity, mortality of the tree sparrow - Polska Akademia Nauk (1968)
- Vicente García-Navas et al. - Nestbox type effect - Ibis (2008)
- Dieter Heylen - Infecties door teken - Nature Today (2012)
- Pesticide Action Network Nederland - Insecticiden in vogelzaad (2024)
DANK
Met hartelijke dank aan Dieter Heylen voor het geduldig antwoorden van mijn mails!
