Kleine Rietganzen in hun juveniele/1e winterkleed bij aankomst in oktober en daarna
(in Midden-Delfland)
Dit jaar waren de Kleine Rietganzen na binnenkomst - vanaf begin oktober - al een paar keer zo vriendelijk om lekker dichtbij te gaan zitten. Daardoor kon ik wat betere foto's maken dan doorgaans het geval is.
Tijdens een gesprek met een medevogelaar die ze aan het tellen was, kwamen we moeizaam tot een gezamenlijk beeld van wat volwassen vogels of juvenielen/1e wintervogels waren.
Bij het thuis opnieuw bestuderen van mijn boeken, een zestal waar ganzen in beschreven worden, bleken de beschrijvingen en/of afbeeldingen nogal tegenstrijdig.
In mijn ervaring is een aantal vogels zoals ze afgebeeld staan als juveniel, hier in het veld bij aankomst in oktober met een lichtje te zoeken. Ik vraag me dan ook af of die 100% duidelijke juvenielen in oktober vogels van late broedsels zijn? Ze hebben volgens de boeken bijvoorbeeld een bruinige bovenzijde, nog geen lengtegroeven in de hals, vrij egale (gemarmerde) flanken, weinig/smalle lichte veerranden op de mantel, aan vleugeldekveren en tertials, en die veren hebben een ronde top in plaats van een rechthoekige.
Afgaand op de afgebeelde saaibruine vogels die de boeken tonen, levert dat in het veld niet veel jonge vogels op. Terwijl de populaties groeiende zijn, verwacht je juist veel meer juvenielen te zien in oktober. Bovendien komen bruine vogels ook onder adulten voor, men schrijft dat ze schaars zijn, maar dat schrijft men ook over de witte rand (kol) langs de snavelbasis en die zie ik toch wel regelmatig. Lichtval en de hoek waaronder je de vogels ziet is bij veldwaarnemingen trouwens van cruciaal belang.
Na een poosje naar mijn foto's te hebben gekeken begonnen mij wel wat verschillen in de veerrandjes op te vallen. Onder andere die wat ik het 'schulprandje' op de middelste dekveren noem. Dat in tegenstelling tot een rand met rechte veren bij adulte vogels. Maar ook het wel of niet aanwezig zijn van een - meer of minder duidelijke - witte streep langs de vleugel op de afscheiding met de onderdelen, de flankstreep.
Door dit artikel van Kees Koffijberg (dat ik uiteindelijk vond omdat ik wat breder ben gaan googelen op 'gans') heb ik
veel bevestiging en een aantal nieuwe inzichten gekregen:
"Herkenning en ruipatronen van eerstejaars Kolganzen in de winter", Limosa 79 (2006): 163-168
Uit zijn artikel blijkt ook dat vanaf december bij Kleine Rietganzen nog nauwelijk te zien is of ze 1e winter vogels zijn. Uiteindelijk zullen in het ruiproces van de jonge vogels de juveniele kenmerken in korte tijd verdwijnen. In de tussentijd zal er een mix van juveniele en adulte veren ontstaan waarbij het percentage in relatief korte tijd verschuift van 100% juveniel naar 100% adult. Dan is het niet zo vreemd dat de meeste vogels die wij hier zien in oktober en november allang niet meer op die saaie juvenielen lijken.
Hier volgen een aantal van mijn foto's op volgorde van maand met de voor mij opvallende kenmerken. Het gaat daarbij
vooral om de vogels die er goed voorzitten.
Het voor mij uiteindelijk meest opvallende kenmerk om juveniele vogels er uit te pikken is het schulprandje langs de
middelste vleugeldekveren. De witte flankstreep is ook een goed aanknopingspunt, maar een minder hard kenmerk las ik.
Oktober
November
December
Januari
Februari
